alternate text alternate text alternate text alternate text

IFEAD

People -- Process -- Business -- Technology
IFEAD is an independent research and information exchange organization working on the future state of Enterprise Architecture.


Enterprise Architecture Book, 2e Edition 2004

-

Enterprise Architecture Boek

Titel: 'Architectuur, besturingsinstrument voor adaptieve organisaties''

De rol van architectuur in het besluitvormingsproces en de vormgeving van de informatie-voorziening


Auteurs: Daan Rijsenbrij, Jaap Schekkerman, Harry Hendrickx

Beschrijving

Architectuur, besturingsinstrument voor adaptieve organisaties beschrijft de theorie en de praktijk van het besturen van een organisatie onder architectuur.

De auteurs schetsen een beeld van de besturingsvraagstukken waarmee bestuurders van organisaties en bedrijven te maken hebben. Vanuit het architecturale perspectief kijken zij naar de mogelijkheden die een instrument als architectuur te bieden heeft bij het besluitvormingsproces en het vormgeven van de informatievoorziening.Dit boek vraagt bijzondere aandacht voor de visie op de organisatie van de toekomst (Adaptive Enterprise) en de karakteristieken die een dergelijke organisatie kenmerken. Naast deze karakteristieken spelen ook de bijbehorende set van principes en regels een belangrijke rol bij de kijk op het besturen van een organisatie onder architectuur.

De auteurs hebben bij de totstandkoming van dit boek geput uit de rijke kennisbronnen binnen Capgemini en hun jarenlange kennis en ervaring op het gebied van architectuur.

Architectuur, besturingsinstrument voor adaptieve organisaties is geschreven voor bestuurders, directeuren (leden van de raden van bestuur), (IT-)managers, programmamanagers, docenten, studenten en anderen die betrokken zijn bij het thema besturen onder architectuur.

Architectuur, besturingsinstrument voor adaptieve organisaties
De rol van architectuur in het besluitvormingsproces en de vormgeving van de informatie-voorziening
Daan Rijsenbrij
Jaap Schekkerman
Harry Hendrickx

ISBN: 90 5931 093 4
NUGI: 855
2002 / 200 blz.
EUR 24,00

2e Druk, Januari 2004


INLEIDING

Een architect in de fysieke wereld creëert een ruimte. Een ruimte om te leven, een ruimte om te werken. Een ruimte die past bij de maat van de Mens. Bij de vormgeving van het bouwwerk dat die ruimte omsluit, voert hij een gevecht tegen de zwaartekracht.

Eind jaren zeventig verscheen de trilogie The timeless way of building, A pattern language en The Oregon experiment met als hoofdauteur de fysieke architect Christopher Alexander. Ook in de wereld van de Informatie Technologie (IT) hebben deze boeken grote indruk gemaakt. Vooral het boek over patterns maakte veel los. Dat leidde zelfs tot de introductie van dat begrip in de IT-wereld. Deze wereld wordt tegenwoordig overstelpt met goedbedoelde ideeën, die als hapklare oplossing worden verkocht onder het label patterns: architectuur patterns, design patterns, process patterns, security patterns enzovoort. Het ‘tijdloze’ bij Christopher Alexander verwijst naar zijn persoonlijke overtuiging dat architectuur dient aan te sluiten op een innerlijke beleving van de gebruikers en niet op de laatste modegrillen. Hij vond dat de architectuurtheorie op dat moment failliet was. Er lag te veel nadruk op visuele effecten en veel te weinig op ruimtelijke en emotionele beleving. De parallel met de IT-wereld is duidelijk. Ook binnen de IT wordt men heden ten dage overstelpt door allerlei technologieën die als spiegeltjes en kraaltjes over de gebruikersgemeenschap worden uitgegoten. Dus veel visueel effect, terwijl de vraag naar een echte noodzaak achterwege blijft.

Ook in de IT-wereld hoort beleving centraal te staan. Geautomatiseerde informatiesystemen horen te appelleren aan een innerlijke beleving; zij horen gebruikers zowel in de rol van werknemer als die van (wereld)burger uit te dagen zich te ontplooien. Het grote drama in de IT-industrie is dat er schijnbaar (op korte termijn) erg veel geld is te verdienen met de overhaaste toepassing van die IT. Daardoor worden de meeste uitvindingen nog voordat ze gerijpt zijn in de ‘laboratoria’, reeds ingezet in het functioneren van bedrijven en overheid.

Een andere belangrijke architect uit de fysieke wereld was Gaudi. Hij had de moed om een frisse belevingsruimte te scheppen in het grijze, grauwe Barcelona van het begin van de vorige eeuw.
In feite is het gemiddelde informatiesysteem zo saai, zo sleur bevorderend, zo gebruiksonvriendelijk als de onderliggende chips. Technologisch is er tegenwoordig erg veel mogelijk. In principe kunnen er informatiesystemen worden ontworpen die uitgaan van de mens. Maar wij zien nog te veel informatiesystemen die uitgaan van de technologie. Dit is een werkwijze die veel architecten hebben overgenomen uit het mainframetijdperk, waarin de gebruiker nog de slaaf was van de apparatuur.
Carel Weeber, een roemruchte architect uit ons eigen cultuurgebied en bekend vanwege het ‘wilde wonen’, ageerde sterk tegen het Vinex-beleid. Volgens hem resulteerden de rigide planningspraktijken ŕ la Berlage tot versteende tentenkampen die de mens elke vorm van leefgenot ontnemen.
Wat de drie hierboven genoemde fysieke architecten gemeen hebben is het feit dat ze protesteren tegen het mechanisch ontwerpen; tegen het gebrek aan werkelijke creativiteit.

Het vakgebied van de IT is nog betrekkelijk jong, zeker in vergelijking met de bouwkunst die er sinds de eerste piramides al ruim vijfduizend jaar op heeft zitten. Laten wij daarom de lessen uit de fysieke wereld ter harte nemen. Laten wij naast toekomstvastheid ook kwaliteitscriteria als gewenste organisatiecultuur en individuele beleving centraal stellen, wanneer we architecturen voor de virtuele wereld van de IT willen concipiëren.
Voor digitale architecten is het dus de kunst om een digitale leef- en werkruimte te creëren. Een digitale ruimte waarin de mens wordt verleid zich te ontplooien, wordt uitgedaagd zich te ontwikkelen. Hiervoor is naast veel vakmanschap ook creativiteit en durf nodig. Durf om de gebruiker als mens centraal te stellen. Voorts vinden wij dat het instrument van de architectuur niet alleen gebruikt dient te worden bij de realisatie van informatiesystemen, maar tevens als management- en beleidsondersteunend instrument bij complexe besluitvormingsvraagstukken.

Kanttekening
In vergelijking met de fysieke bouwkunst heeft IT nog een extra facet. Computers, en IT in het algemeen, vervullen een steeds dominantere rol in de menselijke samenleving. Dit heeft grote gevolgen, zowel voor het functioneren van die samenleving als voor het handelen van de individuele mens. Wij stevenen af op een mens-computer samenleving waarin wij terdege rekening moeten gaan houden met de capaciteiten van hoogst interactieve, altijd aanwezige, pseudo-autonome apparaten waarvan wij de werking niet geheel meer zullen kunnen doorgronden. Dit brengt een groot aantal ethische problemen met zich mee. Het is dan ook de vraag of de mens wel moreel verantwoordelijk kan worden gesteld voor de gevolgen die een apparaat veroorzaakt, als het eenmaal een opdracht heeft gekregen.
Het is de taak van de architect om bij het ontwerp van een apparaat de werking zodanig te expliciteren dat een gebruiker te allen tijde volledig kan weten wat hij aanricht.

Opbouw van het boek
In hoofdstuk 1 wordt de architectuur in de virtuele wereld van business en IT geschetst: een eerste verkenning van het ‘waarom en wat’. Wat valt er eigenlijk allemaal onder architectuur en waarom verschijnt dit begrip nu ineens boven de horizon, als we spreken over IT-gerelateerde aangelegenheden?
Vervolgens wordt, in hoofdstuk 2, ingegaan op de plaats en de rol van architectuur. Ondernemingen maken veel vaker gebruik van architecturale zaken dan wij denken. Zij geven het vaak aan met andere termen. Daarom is het belangrijk dat we een duidelijk gevoel krijgen waar architectuur aanwezig zou horen te zijn. Dit hoofdstuk geeft daarbij voor bedrijf en stakeholders een kader aan.

In hoofdstuk 3 komen enkele zaken aan bod die in de boardroom aan de orde (horen te) komen; een fundamentele opsomming van issues waar boardroom-leden van wakker horen te liggen. Bij bijna al deze zaken speelt architectuur op de achtergrond mee, meestal onder een andere benaming, zoals inrichting, tactiek, verandermogelijkheid. Business IT alignment is in wezen een architectuurvraagstuk. En het fundament onder een succesvol business process reengineering-traject is een architectuur.
Belangrijk bij dergelijke boardroom issues is je af te vragen wat de benodigde keuzevrijheid is waarmee rekening moet worden gehouden bij het concipiëren van een architectuur. ‘What if’-scenario’s zijn dus een belangrijke analysemethode om te komen tot een toekomstvaste architectuur.

In hoofdstuk 4 worden de grote problemen en uitdagingen behandeld waarmee een moderne onderneming tegenwoordig wordt geconfronteerd. Voor bijna elk van die problemen en uitdagingen ligt de essentie van de oplossing in het hebben van een juiste architectuur. Bij elk van deze issues is immers de vraag welke maatregelen getroffen dienen te worden om de onderhavige problemen in de hand te houden en de uitdagingen te kunnen omzetten in businessmogelijkheden. Binnen de vigerende architectuur en de gekozen infrastructuren dienen deze maatregelen uitvoerbaar te zijn.

In hoofdstuk 5 bespreken wij de bestuurbaarheid van een onderneming in het Informatietijdperk. De bestuurbaarheid zowel in financiële zin als in niet-financiële zin wordt bepaald door de inrichting van de informatiestromen en aggregatiemechanismen die leiden tot dashboards. Inrichting is bepalend voor de effectiviteit van het menselijk handelen in een organisatie. In dit hoofdstuk stellen we de inrichting gelijk aan de architectuur.Een gedegen implementatie van een levend kennismanagement is een belangrijk hulpmiddel bij besluitvormingsprocessen.

De architectuurprincipes worden behandeld in hoofdstuk 6. Elke architectuur begint met een verzameling architectuurprincipes, die als het ware het fundament onder de architectuur vormt. Architectuurprincipes komen voort uit de business strategie en de beoogde bedrijfscultuur en worden nader geconcretiseerd in regels, richtlijnen en standaarden mogelijk gedocumenteerd in patterns en templates.
Bovengenoemde verzameling van architectuurprincipes dient geordend te worden en te worden bewaakt op coherentie en onderlinge consistentie. Dit gebeurt middels een framework.

In hoofdstuk 7 wordt nader ingegaan op het framework van Cap Gemini Ernst & Young. Ook wordt het framework gebruikt om de mogelijke vertaalslag naar ‘lagere’ architectuurprincipes coherent en consistent te houden.

De architect komt ten tonele in hoofdstuk 8. Er zijn veel soorten architecten en op meerdere hiërarchische niveaus, doch het bedrijfsnut van een architectuur staat of valt met een juiste organisatorische positionering van deze functionaris. In dit hoofdstuk wordt daarom uitvoering stilgestaan bij taakinhoud, bekwaamheden en persoonlijkheidsprofiel.

In hoofdstuk 9 komt de vraag aan bod ‘hoe komen we aan een architectuur’. De antwoorden variëren van zelf doen, laten maken en kopen tot ‘over je heen laten komen’. Vooral de laatste ‘strategie’ komt nog te vaak voor en herbergt zeer grote bedrijfsrisico’s.

Ten slotte komt in hoofdstuk 10 het bedrijfseconomisch nut van architecturen aan bod. Hoewel we het pas in het laatste hoofdstuk bespreken, speelt de vraag ‘wat heb ik eraan en wat kost het?’ meestal al voordat wij met een architectuur kunnen beginnen. De voorgaande negen hoofdstukken geven al een eerste impliciete indicatie van dit kosten/baten-vraagstuk. Zoals bekend is hierbij het grootste probleem hoe we de kwantitatieve kosten op de korte termijn en zachte kwalitatieve baten op de wat langere termijn in overeenstemming kunnen brengen.


INHOUDSOPGAVE

Voorwoord
Inleiding

1 Architectuur: aanleiding en mogelijkheden
1.1 Geen enkel houvast meer
1.2 Behoefte aan afstemming
1.3 Een blik op architectuur
1.4 De essentie van architectuur
1.5 Wat is architectuur?

2 De plaats en rol van architectuur
2.1 Plannen en sturen met architectuur
2.2 Business IT alignment
2.3 Architectuurlagen
2.4 De relatie met strategie en transformatie
2.5 Borgingsinstrument bij grootscheepse transformaties
2.6 Stakeholders
2.7 De rol van de organisatiecultuur

3 Business issues voor de boardroom
3.1 Het landschap
3.1.1 De overheid
3.1.2 Het bedrijfsleven
3.1.3 Nieuwe bedrijfsmodellen (Adaptive Enterprise)
3.2 Het interne functioneren
3.3 Issues in de boardroom
3.4 Het dilemma
3.5 Skills van de eigen workforce
3.6 Business conceptinnovatie
3.7 Adaptive Enterprise concept
3.7.1 Adaptive Strategy & Planning
3.7.2 Adaptive Organization
3.7.3 Adaptive Lifestyles
3.7.4 Adaptive IT
3.8 Tot slot

4 De grote problemen en uitdagingen voor een onderneming
4.1 De grote problemen
4.2 Technologische ontwikkelingen
4.3 De grote uitdagingen
4.3.1 Toenemende connectiviteit
4.3.2 Vraag naar waarde
4.3.3 Waarde staat centraal
4.3.4 Technologie is de sleutel
4.3.5 Uitbreiding van de strategiescope
4.3.6 Collaborative Markets
4.3.7 Hoge snelheid en adaptieve organisaties
4.3.8 De adaptieve organisatie is ingericht om te bewegen
4.3.9 De organisatie van de toekomst (Adaptive Enterprise)
4.4 Organisatie en IT-planning
4.4.1 Missie
4.4.2 Visie
4.4.3 Strategie
4.4.4 Architectuur
4.4.5 Prioriteiten

5 Besturing van een onderneming in de toekomst (Managing Adaptive Enterprises)
5.1 Organisaties in de eenentwintigste eeuw (Adaptive Enterprises)
5.2 Inrichting van besturing (Adaptive Strategy & Planning)
5.2.1 Maak grenzen van de organisatie doorlaatbaar (Adaptive Organization)
5.2.2 Bevorder het zelforganiserende vermogen (Adaptive Organization)
5.2.3 Selectieve druk binnen het relatiemodel (Adaptive Lifestyles)
5.3 Besturing en architectuur
5.3.1 Rol van architectuurprincipes
5.3.2 Waardemanagement
5.4 Het belevingsaspect van architectuur voor de topbestuurders
5.5 Besturing en informatievoorziening
5.5.1 Data- en kennisaggregatie
5.5.2 Stuurparameters voor doelgerichte performance
5.6 Intelligente omgeving

6 Doelgericht besturen met (architectuur)principes
6.1 Principes geven stijl
6.2 Oorsprong van principes voor organisaties
6.2.1 Principes uit regelgeving
6.2.2 Principes en visie
6.2.3 Principes en concurrentiestrategie
6.3 Welke werkprincipes zijn leidend voor architecten?
6.4 Voorbeelden van afgeleide principes
6.5 Het nut van principes

7 Een geïntegreerde architectuurbeschouwing
7.1 Architectuur: uitgangspunten
7.2 Doelen van architectuur
7.3 Architectuuraanpak van Cap Gemini Ernst & Young
7.3.1 Architectuur aspectgebieden
7.3.2 Architectuur gezichtspunten
7.3.3 Architectuur abstractieniveaus
7.4 Best Practices
7.5 Architectuurscholen?

8 De architect
8.1 Rollen en taakinhoud van een architect
8.1.1 Positie van een architect
8.1.2 Enkele kardinale vaardigheden van een architect
8.1.3 Taakinhoud van de architect
8.2 Soorten architecten
8.2.1 Indeling naar discipline
8.2.2 Mogelijke niveaus van systeemarchitecten
8.2.3 Architectenteams
8.2.4 Loopbaan van een architect
8.2.5 Certificatie van de architect
8.3 Het profiel
8.4 Architect als bouwmeester
8.5 Architect versus aannemer
8.6 Werkrelatie van enterprise architect ten opzichte van de CEO, CIO en CTO

9 Concipiëren van een architectuur
9.1 Architectuur, een kwestie van willen of moeten?
9.2 Een architectuur ontwikkelen of kopen, of overkomt het u?
9.3 Het architectuur maturity model
9.4 Het architectuurproces
9.5 Architectuurmodellen of -producten
9.6 Architectuur hulpmiddelen en tools
9.7 De succesfactoren
9.8 Architecture Score Card
9.9 Architectuur uitgangspunten en benaderingswijzen
9.10 Architectuur procesfaseringen
9.11 Onderhoud van architecturen

10 De bottomline
10.1 De kosten van architectuur
10.2 De baten van architectuur
10.3 De eigenaar van architectuur
10.4 Validatie van architectuur
10.5 Maturity van de onderneming en architectuur

Nawoord
Verantwoording
Register
Over de auteurs

-
Extended Enterprise Architecture Framework / E2AF & Extended Enterprise Architecture Maturity Model / E2AM are Service Marks (SM) registered by IFEAD