alternate text alternate text alternate text alternate text

IFEAD

People -- Process -- Business -- Technology
IFEAD is an independent research and information exchange organization working on the future state of Enterprise Architecture.


Sign up for free IFEAD e-mail updates:
Name:
Email:

Url:

Comments:



Defense 2007

Spel zonder grenzen, droom of werkelijkheid?

Artikel geschreven t.b.v. het blad der Nederlandse Officieren, Carre.

 

Een gezamenlijke opdracht in 2007

 

Intro

Alleen bij een echte crisis mag je me bellen, had ik haar gezegd. Medio 2006, nu ruim een jaar geleden, had ik me tijdelijk als senior-adviseur van het internationale adviesbureau teruggetrokken om me geheel te kunnen wijden aan mijn promotie-onderzoek. En nu zocht ze contact met me. Op mijn MDA (Mobile Digital Assistent) zag ik dat er een v-mail (videomail) was binnengekomen. Met de opdracht "Laat maar zien!" verscheen haar gezicht op het kleine beeldscherm. Of ik naar het Ministerie van Internationale Betrekkingen in Den Haag kon komen, liefst met spoed. Ik begreep waar het om ging. In de kranten Via de media had ik vernomen dat de spanningen in het Midden-Oosten waren opgelopen. De NAVO, en Nederland, was om hulp gevraagd en het zou voor het eerst zijn dat de nieuwe nieuwe NAVO-strategie in de praktijk zou worden beproefd. Ons bureau was reeds bezig en ook mijn kennis en ervaring zou zeer welkom zijn. Ik kon haar dit niet weigeren.

Ik moest en zou nu eindelijk mijn promotie-onderzoek over veranderingsstructuren afronden. Om die reden was ik ruim een jaar geleden tamelijk abrupt uit de nationale en internationale gebeurtenissen gestapt die zich in die dagen zo razendsnel voltrokken. Als senior-adviseur van een groot, internationaal opererend adviesbureau was ik daar direct bij betrokken.

Na de val van het communisme was er binnen de toenmalige NAVO jarenlang gesproken over de nieuwe rol, de nieuwe strategie, de nieuwe taken en verantwoordelijkheden. Een echte vijand was er niet meer, de vroegere vijand Rusland werd een strategische partner en het bondgenootschap had zich sterk in oostelijke richting uitgebreid.

Na jarenlange politieke en militaire discussies had de NAVO eind in 2005 enkele ingrijpende beslissingen genomen. De NAVO stapte af van het uitgangspunt dat ieder land naar rato een zelfde aandeel in landmacht, luchtmacht en marine moest leveren. De samenwerking tussen de lidstaten zou verder worden geïntensiveerd met een andere basis onder de verdeling van taken en verantwoordelijkheden. Iedere lidstaat zou zich specialiseren op die terreinen waar de vaardigheden en capaciteiten het grootst zijn. Voor Nederland lagen die van oudsher op het terrein van het leveren van diensten en de ondersteuning daarvan, zoals commandovoering, informatie- en communicatietechnologie, openbare orde en veiligheid, en logistieke coördinatie. De Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en Rusland concentreerden zich voornamelijk op manoeuvre en het verlenen van vuursteun te land, ter zee en in de lucht.

De NAVO had besloten in te gaan op een verzoek van de Verenigde Naties om een belangrijk deel van de operationele vredestaken voor zijn rekening te nemen. Onder verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties was daartoe een speciale commandostructuur in het leven geroepen: United Nations SEcurity Force (UNSEF) met voor de uitvoering in het Europese Theater een gedelegeerde verantwoordelijkheid naar de Europese Unie (EU) . Uniek was dat in Europa ook niet-aangesloten landen welke niet aangesloten zijn bij NAVO of VN hun bijdrage leverden.

Het internationale adviesbureau waarvan ik deel uitmaakte, had nauwe contacten met de politiek in de Europese hoofdstad Brussel en in Den Haag. Ik kon me de heftige debatten tussen de politieke en militaire top in Nederland nog levendig voor de geest halen. De discussies in andere landen waren trouwens niet minder heftig, had ik begrepen van mijn collega’s in de andere landen. Niet zo verwonderlijk overigens, aangezien de NAVO-beslissingen immers een behoorlijke impact hadden op de militaire organisaties in de verschillende lidstaten.

Ook in Nederland werd de krijgsmacht daardoor ingrijpend veranderd. Veel taken en verantwoordelijkheden, zoals manoeuvre en vuursteun, werden afgestoten en overgeheveld naar andere lidstaten. De drie vechtende krijgsmachtonderdelenDe Koninklijke Marine, Landmacht en Luchtmacht werdenen s samengevoegd tot één nieuw onderdeel: "Advanced Services & Support".

Dit onderdeel concentreerde zich op capaciteiten welke door keuzes waren bepaald. Met name politieke keuzes, gebaseerd op een combinatie van (inter)nationale politieke noodzaak, budgettaire beperkingen, versterkte wervingsproblematiek, internationale verhoudingen en/of afspraken, maar ook de zich in razend tempo voordoende technologische ontwikkelingen. Dit alles in relatie met het ambitieniveau van de Krijgsmacht.

Commandovoering, informatie- en communicatietechnologie, openbare orde en veiligheid en logistieke coördinatie waren de kern-specialisaties. Daarnaast beschikte men over een toegesneden capaciteit waar het gaat om eigen beveiliging, verkenning en informatieverzamelen alsmede een eenheid "special forces", het resultaat van de samenvoeging van het voormalige Korps Mariniers, de Luchtmobiele Brigade en het Korps Commandotroepen.

De NAVO-beslissingresulteerde oDe NAVO-beslissing resulteerde ook op politiek gebied tot ingrijpende beslissingen. Wat was nog de rol vanhet een traditioneel Ministerie van Defensie in een zo sterk veranderende wereld en de zo ingrijpend gewijzigde internationale militaire verhoudingen? De heftige discussie werd eind begin 2006 beslecht in een zeer emotioneel debat in de Tweede Kamer: de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie werden samengevoegd tot het Ministerie van Internationale Betrekkingen.

 

Het derde veranderingsproces, waar ik zelf vanuit het bureau direct bij was betrokken, was zo mogelijk nog ingrijpender gebleken. Direct nadat de beslissingen op de hoogste militaire en politieke niveaus waren genomen, diende zich een uiterst cruciale vraag aan: beschikten de traditionele krijgsmachtonderdelen zelf over voldoende expertise en capaciteit om de nieuwe NAVO- en UNSEF-taken internationaal en op het hoogste kwalitatieve niveau te kunnen invullen? Immers, als Nederland in het ‘nieuwe’ verband een goede en vooraanstaande rol wilde blijven spelen, dan was het de eerste vereiste dat de nieuwe taken en verantwoordelijkheden zelfstandig en kwalitatief hoogstaand zouden worden ingevuld. De militaire leiding twijfelde er echter aan of grote lidstaten als de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk hun beschikbare kennis van bijvoorbeeld de modernste communicatiemiddelen met Nederland zouden delen. Zo niet, dan dreigde Nederland direct al op achterstand te geraken bij de uitvoering van zijn taken en verantwoordelijkheden, met alle nadelige consequenties voor de positie binnen de NAVO en UNSEF. De politiek en de militaire leiding die dit risico ten volle onderkenden, begrepen dat zij dit risico niet geheel binnen de eigen organisatie konden ondervangen.

De regering, de militaire leiders en het platform Defensiebedrijven & -Industrie in Nederland (DIN) namen een verregaande beslissing: het het aangaan van een innige samenwerking en de de inschakeling van het bedrijfsleven bij de uitvoering van de NAVO- UNSEF-taken en verantwoordelijkheden.

Ik glimlachte bij die herinnering. Wat met jarenlange discussies en presentaties van honderden tientallen bedrijven niet was gelukt, was nu onder druk van de internationale ontwikkeling toch gebeurd. Het immer gesloten militaire bolwerk opende zich. Ook ik zelf had vaak die argumentaties met de militaire leiding gevoerd: ‘Zwart-wit gesteld: jullie taak is vechten, maar wij wij beschikken over zoveel kennis, ervaring en technologie op vele terreinen om jullie daarbij te ondersteunen. Maar wWaarom gebruiken jullie die niet?’

Het adviesbureau waaraan ik was verbonden, werd begin 2006 betrokken bij de veranderingsprocessen die op het ministerie en in de krijgsmachtonderdelen in gang werden gezet. Op mijn eigen terrein van expertise had ik ook diverse oriënterende gesprekken geleid tussen politici, militairen en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven over hoe een samenwerking bij de uitvoering van de NAVO- en UNSEF-taken er uit kon zien.

Ook verwierf het bureau de opdracht om leiding te geven aan de integratie van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie. Op verzoek van de politiek ging één van mijn collega’s als interim-manager leiding geven aan het nieuw op te zetten Directoraat-generaal Advanced Services & Support (DIGASS) van het Ministerie van Internationale Betrekkingen, waar de Defensiestaf zou worden ondergebracht. Deze benoeming was om twee redenen revolutionair. Eén: een niet-militair zou op uitvoerend niveau verantwoordelijk zijn voor de NAVO- en UNSEF-taken en verantwoordelijkheden. En twee: de manager was een vrouw: Eline Schrijnemakers.

Kort daarop stapte ik uit de ontwikkelingen voor een sabbatical leave.

Crisis in het Midden-Oosten

‘Weet je waarom het gaat?’ vroeg ze, nadat we elkaar op haar ministerie hartelijk hadden begroet. Uit haar v-mail had ik al begrepen dat ze zich inmiddels onder-ministeronderminister van Internationale Betrekkingen mocht noemen. Ook was ze voorzitter van de staf van militairen en civiele deskundigen die verantwoordelijk is voor alle militaire operaties.

‘In grote lijnen, zei ik. ‘In je mail vertelde je iets over het Midden-Oosten, Israël, Libanon, water en de Verenigde Naties. De exacte boodschap heb ik nog niet.’

‘Ok, even in het kort. Straks lopen we naar de staf voor je briefing.’

In vogelvlucht schetste ze de grote lijnen van de taken waar Nederland nu voor stondexplosieve situatie. ‘Je weet dat Turkije via verschillende pijpleidingen water levert aan Israël. Niet officieel, maar in de praktijk maken ook Libanon en in beperkte mate Syrië gebruik van deze aanvoer. Er zijn in het gebied enkele droge zomers geweest, dus je begrijpt hoe essentieel deze leiding is. De achtergrond van de huidige spanning is dat Israël en Turkije om nog onduidelijke redenen de Libanezen hebben afgesloten van deze watervoorziening. De Israëli’s zeggen dat ze het water zelf nodig hebben, maar daaraan wordt getwijfeld. Gevolg: Libanon reageert fel, oude sentimenten komen weer boven en de zaak dreigt te escaleren. Hezbollah infiltreert in noord-Israël en dreigt de pijpleidingen op te blazen. Israël neemt intussen ook zijn voorzorgsmaatregelen en laat het water ook via tankers aanvoeren, waarop Hezbollah aankondigt die te zullen aanvallen.’

‘En Syrië?’

‘Die kiezen de kant van Libanon, maar voelen natuurlijk zelf ook de dreiging. Ook zij zijn in belangrijke mate afhankelijk van deze waterleiding. Ze zullen niet aarzelen om militair in te grijpen als ze dat nodig vinden. Wel of geen vredesakkoord met Israël.’

‘Wat nu?’

‘Er vindt nu op alle niveaus koortsachtig overleg plaats. Israël en Turkije willen een politieke oplossing. De Verenigde Naties bemiddelen. De Amerikaanse regering heeft haar vaste Midden-Oosten onderhandelaar gestuurd. Rusland kijkt op een afstand mee, net als de gehele Arabische wereld. Niemand wil een conflict, maar intussen dreigt het wel te gebeuren.’

‘Welke rol speelt Nederland hierin?

‘Op een aantal fronten: als lid van de Europese Unie en de Verenigde Naties. Bovendien heeft Israël vanwege de oude vriendschapsbanden ook een direct beroep op ons gedaan. Weliswaar via de VN, maar ze hebben wel om onze directe bemoeienis gevraagd.’

‘In welk opzicht?’

‘Turkije heeft de NAVO-bondgenoten verzocht om bescherming van de watertransporten over zee tegen mogelijke aanvallen van Hezbollah. In de nieuwe NAVO-structuur heeft Nederland een klein bescheiden, maar niet minder belangrijk aandeel met het maritieme deel van de beveiligingscapaciteit. Het verzoek aan ons ligt echter vooral op het dienstenterrein: ondersteuning van commandovoering, het leveren van genie-capaciteit, beveiligingstaken, surveillance, politietaken, telecommunicatie en hulpverlening aan de bevolking ter plaatse.’

‘Ok. En wat verwacht je van mij?’

‘De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de inzet van Nederland in deze NAVO-operatie ligt natuurlijk bij de Minister van IB en hier, bij de staf van Advanced Services Support. Maar iemand moet deze uitvoering operationeel leiden. Iemand die weet hoe de nieuwe verhoudingen liggen en die het gebied kent maar ook met verstand van zowel logistiek als technologie. en iemand die weet hoe de nieuwe verhoudingen liggen en die het gebied kent. Dus dachten we aan jou.’

Verbaasd keek ik haar aan. ‘Jij wilt dat ik deze militaire operatie leid? Je weet dat ik geen militaire achtergrond heb.’

‘Denk toch niet zo ouderwets. Nee, jouw taak is de uitvoering te coördineren. Ik wil dat je dit omvangrijke project "managed". Dat jij met jouw kennis, kunde en expertise op logistiek gebied ervoor zorgt dat de juiste mensen en middelen kunnen worden ingezet. Op de juiste manier, op de juiste plaats en volgens afspraak. Jij bent de man tussen het militaire apparaat en de private partners. Processen en draaiboeken controleren, zonodig in gang zetten en waar nodig bijsturen. Het hoe en wat van de operatie is een zaak van de staf. Zij nemen de strategische beslissingen; jij denkt mee, adviseert en voert de uiteindelijke beslissingen uit. De procedures in militaire projecten zijn nu eenmaal strakker dan in projecten van het bedrijfsleven. Daarin verschilt dit project van de vele andere die ons bureau uitvoert. ’

‘De tijden zijn echt veranderd, Peter’, zei ze even later. Na mijn toezegging en de benodigde geheimhoudingsplichtplegingen liepen we door de gangen van het departement naar het overleg met de staf. ‘Ook de militaire top weet nu dat de kennis en ervaring van het bedrijfsleven cruciaal zijn in de taakuitvoering. De vernieuwingen in de informatie- en communicatietechnologie gaan zo snel dat het militaire apparaat niet in staat is die op de voet te volgen. Er zijn altijd investeringen gedaan die vervolgens jaren mee moesten. Nu moeten ze op zeer korte termijn de beste kwaliteit en het hoogste resultaat ter beschikking hebben. Dat alles natuurlijk wel onder militaire verantwoordelijkheid, maar de militaire staf erkent dat de Nederlandse bijdrage aan de NAVO en UNSEF niet altijd vanzelfsprekend en geheel door militairen behoeft te worden ingevuld. De dDeskundigheid hoeft niet altijd in eigen huis te zitten. Net als in het bedrijfsleven heeft de militaire organisatie zich geconcentreerd op de kerntaken, zoals die in het bondgenootschap zijn geformuleerd. Dat zijn in ons geval kennis van commandovoering, het strategische overleg met de bondgenoten en de nationale en internationale politiek, het trainen van militaire en civiele mensen en uitgebreide expertise op het gebied van openbare orde en veiligheid overal ter wereld. Voor de daadwerkelijke inzet van deze expertise zijn strategische allianties gesloten met het bedrijfsleven.: Llogistieke, telecommunicatie- en ICT-bedrijven. Uiteraard onder strenge voorwaarden van geheimhouding. Zo huren we aanvullende communicatie- en informatietechnologie en deskundigheid in op de momenten dat we het nodig hebben: op oefeningen met onze bondgenoten of bij inzet in het buitenland. Met onze strategische partners in het bedrijfsleven zijn afspraken gemaakt over de directe beschikbaarheid van materialen en trainingen van hen en onze mensen over en weer……………………( ? P.K.)

Waar nodig doen we ook een beroep op deze mensen, met name het reservepersoneel. Die zijn vertrouwd met de laatste technologische vindingen. Op deze manier behoudt het Ministerie van IB de controle op alle operaties, terwijl we altijd, snel en tegen de laagste kosten over de allermodernste middelen kunnen beschikken.’

‘En over zeer ervaren mensen’, vulde ik aan.

‘Zeker. Daarom zijn er ook allianties met consultancy bedrijven die ons hoogopgeleide mensen leveren met ervaring en de nieuwste inzichten op tal van terreinen: organisatieveranderingen, HRM, logistiek, projectmanagement. Zij kunnen de militaire staf adviseren over hoe zij optimaal invulling kunnen geven aan de Nederlandse NAVO- en UNSEF-taken. En ze kunnen hen ondersteunen bij de uitvoering ervan, waarbij eindverantwoordelijkheid en de beslissingsbevoegdheid natuurlijk altijd ligt bij de politiek en de militaire staf.’

Ze zweeg even. ‘Er is echt iets veranderd’, zei ze weer. ‘Natuurlijk Zoals je zelf destijds hebt ervaren was er de nodige scepsis binnen het militaire apparaat over deze vorm van verregaande samenwerking met de private sector. Maar zo langzamerhand ziet iedereen er wel de voordelen van. Al was het alleen maar door de kortere reactietijden. Altijd de beschikking over de modernste technologie, toepassingen onafhankelijk van tijd en plaats; binnen een paar jaar zijn de reactietijden teruggebracht van enkele maanden en weken tot dagen en zelfs uren. Voor het militaire bedrijf was is dit van doorslaggevend belang.’

Intussen waren we aangekomen bij het de zaalSituation Monitoring & Control Centre (SMCC) waar mijn directe opdrachtgever, de DIGASSG-staf, bijeen kwam. Eline had me verteld dat de twaalfkoppige staf werd gevormd door de hoogste militaire leiding in Nederland, aangevuld met degenen liaisons die de contacten onderhielden met de voornaamste strategische partners in het bedrijfsleven. Zij zouden me informeren over de situatie en de aard van de operatie.

Na een kennismakingsronde verschenen de eerste satellietbeelden van de actuele situatie op het het 3D- scherm.

‘Dit is het gebied waar het om gaat’, zei de Chef Staf bij de beelden van het Midden-Oosten. ‘De actuele situatie via alle momenteel tot onze beschikking staande sensoren. De objecten die voor ons van belang zijn, worden direct schetsmatig door de computers bewerkt. Je ziet in kleur de pijplijnen tussen Turkije en Israël aangegeven. De gele stippen zijn de Israëlische watertransporten die nu per schip onderweg zijn, omringd door de Israëlische en NAVO-marine. Zo te zien is het rustig, maar de dreiging… (hier verschoof hij het beeld naar de Libanese kust)…staat vooral hier.’ Hij zoomde in op het gebied en zei: ‘Kijk, dit zijn de stellingen van Hezbollah. Klaar om de pijplijnen of het konvooi aan te vallen.’

‘Zullen ze dat doen?’

‘Nee, dat verwacht ik niet’, antwoordde hij. ‘Je kent de "information dominance"-doctrine, die oude theorieën uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Nu actueler dan ooit. We hebben de Hezbollah op dit moment behoorlijk in de tang. Ze weten dat we vanaf het begin van het conflict hun communicatie- en commandonetwerken controleren. Ze kunnen hun netwerken wel gebruiken, maar ze weten dat ze niet volledig geïnformeerd zijn, en deels doordat ze door ons worden misleid. Onze controle maakt hen machteloos, omdat wij precies weten wat zij doen, waar ze zitten, terwijl zij dat niet van ons weten. Ze proberen op alle mogelijke manieren daaraan te ontsnappen en zelfs ook bij ons te infiltreren, maar tot nu toe vergeefs. Technologisch zijn we superieur en daarom verwacht ik geen gewelddadige escalatie, zolang we die netwerken beheersen. Alleen verbaal geweld.’

‘Hoe zorgen we ervoor dat die greep behouden blijft?’

‘Volgens de huidige taakverdeling binnen de NAVO is dat voor een belangrijk deel Nederlandse verantwoordelijkheid. Daarvoor hebben we de beschikking over up-to-date commandovoerings- en communicatietechnologie, die door onze private partners zal worden geleverd. Het punt is nu dat die zo snel mogelijk moet worden geactiveerd en onder ons commando komt. Tot dant moment maken we gebruik van ons varende communicatiecentrummaritieme commandocentrum in de Middellandse Zee, maar voor de netwerkcontrole kan dat op een gegeven moment te beperkt blijken. Zeker als de Hezbollah steun krijgt uit de islamitische donorlanden of China. We hebben die aanvullende technologie nodig om op termijn onze greep op hun C3 netwerken te behouden. Zijn we die controle kwijt, dan kan het moeilijk zijn die weer te heroveren.’

‘Hoelang duurt het voordat die technologie operationeel is?’

‘Binnen vierentwintig uur volgens het draaiboek dat bij de laatste grote oefening met de partners is getest en beproefd. De eerste fase hebben we al in gang gezet. Onze private partners zijn opgeroepen; de apparatuur wordt operationeel gesteld. Aan jou de taak om te zorgen dat die andere fasen probleemloos worden doorlopen.’

Dat laatste betekende vooral het managen van processen. In het elektronische draaiboek was de organisatie van de operatie van minuut tot minuut vastgelegd. Via de monitoren monitoren in het SMCC bleven we "online" op de hoogte van de situatie. We, de mij toegewezen staf van vijf mensen en ik, controleerden hoe de vastgelegde procedures werden doorlopen. Zowel in Nederland en op andere plaatsen in en buiten Europa, kwamen mensen in actie en werden middelen in gereedheid gebracht als die zich uiteindelijk concentreerden op verschillende locaties op en rond de Middellandse Zee kwamen mensen in actie en werden middelen in gereedheid gebracht.

Soms traden er storingen op, waarop de systemen zelf de alternatieven kozen,. In andere gevallen namen of wij zelf, na inspectie van de situatie en overleg met de mensen ter plaatse, beslissingen namen.

Een aspect op logistiek gebied waar we een paar keer mee geconfronteerd werden, was energievoorziening. Had te maken met, zoals de militairen dit noemden, het "voortzettend vermogen", met name van belang voor inzet op langere termijn. Voor materieel en uitrusting maar zeker niet in de laatste plaats voor de menselijke component bleek dit onderwerp nog sterk voor verbetering vatbaar. Ik nam contact op met mijn voormalige mentor, ex-Chef Defensie Staf en nu Hoofd R&D Divisie van DIN.

Ik glimlachte, dacht terug aan de lange en moeizame gesprekken die ik zelf had voorgezeten over de allianties tussen militairen en bedrijfsleven. Onvermijdelijke politieke keuzes, voornamelijk naar aanleiding van internationale ontwikkelingen, budgettaire spanningen, grote wervingsproblemen en het tempo van technologische ontwikkelingen hadden uiteindelijk de doorbraak gebracht. Er moest op het hoogste niveau worden gepresteerd en dat kon Defensie niet meer alleen. In de nieuwe rol als militair dienstverlenende organisatie hadden de militairen de samenwerking met het bedrijfsleven nodig om de mogelijkheden – bijvoorbeeld die van informatie- en communicatietechnologie - ten volle kunnen benutten. Het begin was aarzelend geweest; veel mentale en emotionele maar ook organisatorische en vooral wettelijke barrières moesten worden geslecht .

Diverse oefeningen en seminars werden gehouden; maar voor het eerst werden nu de processen en procedures daadwerkelijk in de praktijk beproefd.

En nu bleek ruim een jaar na mijn sabbatical leave dat het werkte….

 

Epiloog

Op weg naar huis realiseerde ik mij dat deze hele ommezwaai in relaties en samenwerkingsverbanden voor het voormalige Defensiebedrijf een zeer positieve spin off had op HRM gebied.

Voor veel jongeren werd het plotseling heel aantrekkelijk om werknemer te worden bij het Ministerie van International Affairs. Goede opleidingsmogelijkheden, prima secundaire arbeidsvoorwaarden en dergelijke, zorgden ervoor dat bij afloop van contracten de overgang naar civiele bedrijven nagenoeg probleemloos verliep. Andersom had het bedrijfsleven meer dan normale belangstelling voor (voormalige) IA-medewerkers.

De zeer zorgelijk situatie van zo’n drie jaren geleden betreffende werving en behoud van personeel was hierdoor grotendeels teniet gedaan.

Voor het slapen gaan wilde ik me nog even ontspannen onder het genot van mijn favoriete drankje … een klassieker: dry Martini.

Terwijl ik naar de keuken liep om de "olijf op prikker" uit de koelkast te halen, betrapte ik mij er op dat ik de reeds jaren bekende titelsong van de Martini-reclame aan het neurieën was: .. "Any time .. any place .. anywhere …. "

Hoe toepasselijk.

Auteurs:

Jaap Schekkerman - Thought Leader Business Technology Strategy & Enterprise Architecture

Wout Evers - Senior Consultant

Chris Rump - Technical Consultant

Jan Wiggers - Technical Consultant

Martin van Battum - Business Consultant

Michel Mulders - Account Manager Business Development.

De auteurs zijn allen werkzaam bij Cap Gemini Ernst & Young.

Met dank aan Lennart van der Eerden van VOXX, Communicatie-adviseurs en tekstschrijvers.

-
Extended Enterprise Architecture Framework / E2AF & Extended Enterprise Architecture Maturity Model / E2AMM are Service Marks (SM) registered by IFEAD